• Facebooktwitter

    Blog Corine Nijenhuis: Henriëtte en het dode electro-paard

    Tjeerd en Freerk verschilden niet alleen in naam weinig, ook hun uiterlijk was aan elkaar aangepast. Beiden zagen eruit als mariniers op missie: zwarte bivakmutsen, soldatenkistjes, bodywarmers in donkere camouflagekleuren met zoveel zakken dat er altijd wel ergens een stuk gereedschap uit tevoorschijn kwam. Ze werkten zij aan zij en spraken nauwelijks; als ze al wat zeiden dan was dat zo onverstaanbaar dat zelfs het Friese deel van het werf-volk de schouders ophaalde.

    Tjeerd en Freerk waren de elektriciens van de werf waar we ons uit de vaart gekochte schip lieten ombouwen tot varend woonschip. Het hart van ons binnenvaartschip Henriëtte mocht dan kloppend zijn: de nieuwe aderen werden door hen aangelegd. Alle bedrading die het mogelijk maakte de scheepsmotor zijn werk te laten doen, ging door hun handen. Dagen aaneen zaten ze te prutsen in de machinekamer, op krukjes, vlak naast elkaar. Toen ik na drie dagen de ladder afdaalde, wachtten beneden vier ogen die mij aankeken alsof ik een welzijnswerker in een jeugdhonk was. Ik bleef boven tot ze er klaar waren.

    Ze verplaatsten hun werkterrein naar de stuurhut, of wat daar voor door moest gaan. Het nieuw gebouwde stuurhuis was nog niets meer dan vier stalen wanden met een dak; ramen en deuren waren slechts uitsparingen. Het vergde verbeelding het ingetimmerd te zien. Maar Tjeerd en Freerk hadden geen behoefte aan toekomstvisioenen. Zij hadden enkel oog voor de kast waarin alle bedrading samenkwam en tot handzame knoppen en stoppen werd omgetoverd. Ze zaten er voor alsof het een heiligenbeeld betrof: op de knieën, schouder aan schouder, de ogen glanzend in het licht van hun zaklantaarns.

    Het was me volstrekt onduidelijk wat ze de hele dag deden: elektrische zaken zijn mijn sterkste kant niet. Iedere poging een sociaal-wenselijk gesprek te voeren tijdens de korte werkonderbrekingen, stuitte op een muur van zwijgen. Tjeerd, Freerk en ik: wij konden maar geen gemeenschappelijke taal vinden.

    Dat het slechts onmacht was, dat vermoedde ik wel. Hun goede wil werd zichtbaar toen het onderwerp ‘radar’ ten tafel kwam. Ons schip had nog een oudje dat begin jaren ’70 geïnstalleerd was. Door de laatste schipper was het ding nauwelijks gebruikt; mijn vriend en ik wilden weten of het apparaat weer functioneel kon worden gemaakt. Op de vraag volgde een lange stilte. Tjeerd en Freerk keken elkaar aan. Daarna richtten ze hun blik op mij. Verbeeldde ik het me, of zag ik medelijden?

    ‘Tja..,’ zei Tjeerd, ‘Uh..,’ viel Freerk in. ‘Nou..,’ haperde ik. De stilte die volgde duurde zo lang dat ik juist wilde opstaan, toen de mannen elkaar opnieuw aankeken. Ze leken tot een besluit te komen.             ‘Weet u wat het is?’ vroeg Tjeerd. Freerk schraapte hard zijn keel, hij keek me niet aan toen hij luid en goed verstaanbaar zei: ‘Het is trekken aan een dood paard.’

    Een week later voeren we bij de werf weg. Niet dat het schip woonklaar was: het ruim leek het meest op een goedkope pizzeria door het isolatieschuim dat er juist ingespoten was. Maar de stuurhut was water- en winddicht, waardoor het mogelijk was vòòr de kerstdagen naar Amsterdam te varen waar we een groot diner aan boord gepland hadden. Tjeerd en Freerk hadden we de voorliggende dagen als slaven opgezweept: de hoogst nodige elektrische systemen moesten werken zodat wij het IJsselmeer over konden. Ze hadden ons slechts aangekeken.

    Toen we wegvoeren, stonden ze op de kade. Zij aan zij, het harde tegenlicht tekende hen als één lichaam. Pas toen ik mijn hand opstak ten afscheid, brak het silhouet; twee mannen zwaaiden terug, aarzelend. Nog lange tijd keken ze ons na. Zwijgend. Maar ik zag het ze denken, allebei: ’t blijft trekken aan een dood paard.’ Of die conclusie voor mij of voor Henriëtte gold, weet ik niet.

    Corine Nijenhuis, woonbootbewoonster en schrijfster te Amsterdam.

    Meer over Corine en haar schip, lees je hier.

    Facebooktwitter

     

    1 reactie

    1. COR GOUDRIAAN

      3 jaar ago

      Heerlijk, wat een beeldend stukje!

    PLAATS EEN REACTIE