• Facebooktwitter

    Blog Corine Neijenhuis: Henriëtte en de Friese staalmannen

    De verbouwing van Henriëtte was bepaald geen makkie. De transformatie van werkend binnenvaartschip naar varend woonschip had meer voeten in de aarde dan ik in mijn naïviteit vermoeden kon. Enkele weken na de aankoop voeren we ons nieuwe schip naar een werf in Friesland waar het staalwerk gedaan zou worden. We wilden het parmantige stuurhutje verruilen voor een groter stuurhuis zodat een doorgang naar het ruim gecreëerd kon worden. Daarnaast zouden er patrijspoorten in de den worden gezet, en, na lang Amsterdams gemeentelijk gesteggel, ook een paar subtiel geplaatste exemplaren in de romp. De dakramen zouden worden verzonken in de aluminium schuifkap, zodat aan voorzijde bezien, alleen de kachelpijp zou verraden dat Hënriette geen vrachtschip meer was.

    De werf was gespecialiseerd in de zeilende chartervaart. Ook verbouwde ze kleine, oudhollandse schepen tot woonschip, voornamelijk voor buitenlanders die er Europa mee door wilden. Dat verbouwen ging volgens vast plan van aanpak: de oude opbouw werd zonder scrupules van de romp geslepen, waarna er een nieuwe opgezet werd. Die opbouw was het handelsmerk van de werf: eenduidig, doordacht, en aantrekkelijk wanneer je van voor de hand liggende oplossingen houdt. Ik vond het iedere eigenheid van een schip wegnemen. Dat kon ik Henriëtte niet aandoen.

    De werfbaas, een overtuigende zestiger met de stem van een zanger en de handen van een arbeider, dacht er anders over. Hij legde het uit achter een beduimelde tafel in de bedrijfskantine. Wíj mochten dan van iets andersoortigs houden; het merendeel van de mensheid dacht daar anders over. Wanneer we zouden verkopen, dan was dat eenvoudiger met zo’n nieuwe opbouw. Mijn vriend, toch bepaald geen onmondig type, was er beduusd van. We keken elkaar kort aan en gingen tot de aanval over. Mijn opmerking dat we kopers waren en geen verkopers, werd weggewuifd. ‘Toekomst, denk toekomst,’ de werfbaas lachte fijntjes. Mijn vriend’s argument dat onze bestaande opbouw veel meer mogelijkheden bood dan hun standaard opzet, werd gesmoord in het geratel van de koffiemachine waar de scheepsbouwer een mok uit tapte. Na een half uur verbaal heen en weer meppen, werd het me teveel. Ik kon niet begrijpen hoe een man met zoveel verstand van schepen, een goed geproportioneerd exemplaar als het onze kon afwijzen. Henriëtte was prachtig zoals ze was; mijn stem sloeg over van verontwaardiging.

    De werfbaas viel stil. Hij stak een sjekkie op en dacht na. Door de rookpluimen heen keek hij mijn vriend aan. ‘Weet je wat het is,’ zei hij peinzend, hij tikte met zijn eeltige vinger op tafel. ‘Met schepen is het net als met vrouwen: waar je verliefd op wordt, daar moet je niks aan veranderen.’ Bedachtzaam tuitte hij de lippen, hij knikte alsof hij zichzelf een verklaring schuldig was. ‘Dan gaat het mis met de liefde,’ eindigde hij. Verbluft keek ik hem aan. Hij meed mijn blik. Toen peuterde hij een afgebroken potlood uit de borstzak van zijn overall, reikte naar een blocnote op tafel. ‘Goed. Zeg het maar,’ zei hij.

    De werfperiode werd er een van stevig doorbijten. Niet alleen de werfbaas was een man met eigen visie; de lassers waren goede tweeden. Hoewel mijn vriend meermaals per week bij de werf langs ging en we ieder weekend meewerkten, was het aansturen van de Friese scheepswerkers vergelijkbaar met het mannen van een kudde woeste dieren. Dat de meeste afwijkingen van onze wensen een kwestie was van hun fouten, dat kon ze niet schelen: uren konden ze stukslaan met beargumenteren waarom het zo beter was. Pas toen mijn vriend, na menig stevig gesprek, met de vuist op tafel sloeg, werd de discussie over de fout gezette patrijspoorten, het als bij een pipowagen zo bol staand stuurhutdak, én de aan de verkeerde kant geplaatste klapramen in de stuurhut, beëindigd. Daarna werd onze verstandhouding er meer een van respect dan van vriendschappelijkheid.

    Hoewel we er uiteindelijk een goed glas op konden drinken, waren zowel de staalmannen als wijzelf blij toen hun werk gedaan was. Het volgend traject zouden we afleggen met de motormannen die Henriëtte technisch opnieuw vaarklaar zouden maken.

    (Wordt vervolgd)

     

    Afbeelding

     

    Corine Nijenhuis, woonbootbewoonster en schrijfster te Amsterdam.

    Meer over Corine en haar schip, lees je hier.

    Facebooktwitter

     

    Geen reacties

    Nog geen reacties

    PLAATS EEN REACTIE