• Facebooktwitter

    Blog – Emmy van Dantzig

    Water voyeurisme

    Onze start op het water begon in de buik van een oude Hilversumse slof. Potdicht zat dat schip. Althans op wat kleine rechthoekige raampjes pal boven het gangboord na. Mijn vriend spiekte daardoor naar buiten. Ik met mijn 1m62 had het nakijken. De hoogte belemmerde mij het zicht over de Amstel. Binnen was het prettig en aangenaam. Van het leven dat zich buiten op het water afspeelde merkte ik nagenoeg niets. Totdat wij op een dag ons schip te koop aanboden, en het vervingen door een geweldige, nieuw gebouwde watervilla. We vonden na jaren, een soort van opgesloten te hebben gezeten, de tijd rijp om eens lekker over de Amstel te gaan kijken. Een glazen pui van veertien meter lang zorgde voor fenomenaal uitzicht over het uitnodigende water. Drie kleine ronde ramen in de keuken maakten het ontwerp nautisch maar creëerden vooral privacy op die plek. Niet iedereen hoeft per slot van rekening te zien wat je in de pan hebt. Over de rest deden we niet moeilijk. We hebben niets te verbergen en dubbel glas zorgt ervoor dat de mensen die ons zien, niet kunnen horen waar we het over hebben. Die maatregel stelt mij nog steeds gerust. En wat is het een walhalla om vrijuit over die Amstel te turen. Alsof we niet van 70 m2 naar 200m2 zijn gegaan maar van 70m2 naar 2000m2. Een goeie zet dus, die lange glaspui. Gedurende de week wordt het rustig kabbelende water zo nu en dan eens opgeschrikt door een paar flinke golven van een schip van de beroepsvaart. Het verplicht me in de verste verte niet tot zwaaien. De schipper doet zijn werk, tuurt gelaten voor zich uit. Ik kijk gedachteloos naar het grote gevaarte dat door het water glijdt. We slaan elkaar gade alsof het de gewoonste zaak van de wereld is; de schipper achter zijn stuur, ik in mijn ark. De roeiers zijn wat lastiger te negeren. Zij kijken echt naar binnen, wat ik overigens wel begrijp. Vanaf Ouderkerk tot aan de grote brug niet ver van ons vandaan, is er weinig anders te zien dan weiland. Een uur lang te moeten kiezen tussen weiland of de rug van je buurman in de boot, maakt natuurlijk dat zodra de bewoonde wereld in zicht komt, je daar ook daadwerkelijk naar kijkt. Ook dat is voor mij eigenlijk de gewoonste zaak van de wereld. Als op straat; een gezicht dat jou aanstaart, en jij die gewoon terug staart. Het is ook maar een kort moment. Roeiers moeten door, zo simpel is dat. Maar dan de mensen in een sloep. Zij zijn er voor op pad gegaan. Vanaf het water van de stad genieten, en van al het andere dat op hun pad komt. Hun blik is anders. Doordringender dan die van de roeier, en houdt ook langer aan. Begrijpelijk; er is geen enkele inspanning nodig om de boot vooruit te krijgen, dus wat let ze. Doordat ik niet kan liplezen, weet ik niet wat ze zeggen, maar je ziet ze praten. Over wat ze zien, en over wat ze ervan vinden. Het laat me verder koud. Ik ken ze niet, ze varen voorbij maar zitten me totaal niet in de weg. Het is zo duidelijk als wat. Ik zit pontificaal in mijn eigen domein. Zij komen ongevraagd langs. Zo voelen ze zich denk ik ook. Als je terugkijkt, wordt er vaak weg gekeken. Soms kijk ik op, soms ga ik ongestoord door waar ik mee bezig ben. De beslissing om iemand gade te slaan ligt bij mij. Dat geeft me een voldaan gevoel. De enige momenten waarop het kijken storend wordt, zijn de paar weekenden per jaar dat in Nederland de mussen van het dak vallen en het net als op de stranden overbevolkt raakt op de Amstel. Dan is het geen kwestie meer van zelf iemand toelaten of niet. Dan wordt het een intimiderend schouwspel tussen mezelf en ongenode gasten. Ik kan er nog steeds om lachen als het me overkomt. Van lichaamstaal is echt geen sprake meer. Rustig blijven doen waar mee je bezig bent, haalt bij dergelijke drukte weinig uit. Overstelpende muziek dringt zich aan je op. Geschreeuw haalt je uit je concentratie. Geplons in het water doet je opschrikken. Er is eigenlijk maar één mogelijkheid om te overleven: meedoen of zelfs nog heftiger te keer gaan. Heel hard aftellen om het startsein aan mijn kinderen te geven, wanneer ze zelf in het water mogen plonzen. Uitbundig zwaaien naar voorbijgangers. Ongegeneerd aan de wijn. Zingen. Dansen. De overtreffende trap, zeg ik maar. Dus het zeemansvolk op de voet volgen maar dan net iets meer. Laat hier wel duidelijk blijven wie de passant is en wie de bootbewoner. Ik kan me in mijn eigen huis toch zeker alles permitteren!

     

    Emmy van Dantzig werkt als styliste voor woonbladen. Ook geeft ze interieuradvies aan particulieren. Ze woont op een woonboot in Amsterdam.
    www.emmyvandantzig.nl

     

    Facebooktwitter

     

    1 reactie

    1. Ingeborg

      4 jaar ago

      Heel herkenbaar, die verstandhouding van kijken, wegkijken en bekeken worden.

    PLAATS EEN REACTIE