• Facebooktwitter

    Blog Corine Nijenhuis: Henriëtte

    De zon zakte al, die middag dat we Henriëtte vonden, lange schaduwen gleden over de verlaten kade van de cementfabriek. Achter de gesloten hekken lag een vrachtschip. Ik kon me niet voorstellen dat dit de klipper was waar we naar op zoek waren.

    ‘Ik wil geen klipper,’ had ik gezegd toen mijn vriend de advertentie van de scheepsmakelaar voorlas. Ik heb zelf al een wipneus, da’s meer dan genoeg.

    Het schip aan de kade had geen wipneus. Eerder het fraaie profiel van een windhond. Hoog en statig en zo typerend dat ze door de beroepsschippers nog steeds herkend wordt.

    Henriëtte was 105 jaar oud. Het was haar niet aan te zien. De hoge kop die de oude klipperneus had vervangen nadat de Duitsers ‘m in het laatste oorlogsjaar kapot gevaren hadden, maakte haar modern. Evenals de dubbele roeren, de verhoogde den en de aluminium schuifkap. Dat ze vijf meter verlengd was en gemotoriseerd na 38 jaar vrachtzeilen op de wilde vaart, maakte haar nog interessanter. Wij vielen als een blok voor haar.

    De schipper was bokkig. Liever wilde hij zijn Henriëtte niet verkopen aan die mensen van de wal. Dat wij al zeven jaar op een Luxe Motor woonden, dat maakte voor hem geen verschil. Wij waren geen schippers, we dreven hooguit wat rond. Hij had gelijk. Zolang je een vaste ligplaats hebt, ben je een walmens. Het nam niets af van ons verlangen naar een schip uit de vaart, om op te wonen én mee te varen.

    Eigenlijk ging het de schipper niet om die walmensen. Hij wilde gewoon niet verkopen. Liever was hij doorgevaren met het ruim vol cement. Maar de nieuwe eisen in de binnenvaart vergden zo’n investering, dat in de vaart blijven met Henriëtte, meer geld zou kosten dan het zou opleveren.

    Het duurde even voor de schipper zich gewonnen gaf. Eerst won hij inlichtingen in, daarna moest mijn vriend ‘maar ‘ns ‘n stukkie varen.’ Toen die de staande mast route door Amsterdam zonder haperen volbracht, glimlachte hij. ‘Die jongen leert het wel,’ mompelde hij zo zachtjes dat alleen ik het kon horen.

    Eind 2006 voeren we mee met Henriëtte’s laatste tocht als vrachtschip. Naar de ENCI in IJmuiden waar haar ruim volgestort werd met cement voor de fabriek ik Koudekerk aan de Rijn. Begin 2007 voeren we haar naar haar nieuwe leven. Een vaste ligplaats in de Amsterdamse Houthaven. Daar begon het avontuur om van een werkend vrachtschip een varend woonschip te maken, zonder teveel in te grijpen in de oorspronkelijkheid.

    Hoeveel er al was ingegrepen in die oorspronkelijkheid, daar kreeg ik zo’n drie jaar geleden beeld van. Toen zag ik een foto die rond 1925 genomen is door de toenmalige schipper en eigenaar. Hoewel ik wist hoe een zeilende klipper uit 1901 er uitzag, was het eigenaardig te bedenken dat het hier om mijn eigen schip ging.

    Met schepen is het net als met mensen. Als het goed is worden ze mooier. Door hun ervaring en originele geschiedenis. Henriëtte’s geschiedenis gaat verder. Haar verhaal stopt niet nu ze geen vrachtschip mee is, na 106 jaar werkend leven. Zij vaart door. En wij mogen mee. Op de tochten die wij maken, wijst zij de weg. Want een klipper uit 1901, die heeft het allemaal al ‘ns meegemaakt. Wanneer we goed luisteren, horen wij haar verhalen zingen in het ritme van de motor. Golvend en glijdend, als een nooit eindigend refrein.

    annigje laden strand_0010Annigje, 1925

     

    biesbosch 1

    Henriette, 2011

    Corine Nijenhuis, woonbootbewoonster en schrijfster te Amsterdam.

    Meer over Corine en haar schip, lees je hier.

     

     

    Facebooktwitter

     

    6 reacties

    1. Marijke

      4 jaar ago

      Wat sen geweldige blog! Ik kijk nu al hit naar de volgende. Het verhaal van het schip door de tijd been. Je bent sen getalenteerd vetelster.

    2. Toon Brummelkamp

      4 jaar ago

      Geweldig geschreven. Complimenten. Schipper Leen zoals ik hem al 30 jaar ken. Mooie foto’s Henriette op t droge.

    3. Jacquelijne

      3 jaar ago

      Binnen 5 seconden totaal IN het liefdevolle verhaal mooie schrijfster, ik verheug me op alles wat er verder komt.

    4. Cees Rem

      2 jaar ago

      Geweldig boek.De verteltrant en menging van fictie en feiten doen me sterk denken aan Hylke Speerstra, “Her wrede paradijs”.
      Maar omdat ik dezelfde fascinatie heb voor oude schepen ,is dit nog meer smullen!
      Laat je mejevoeren.

    5. Ingrid Rampaart

      2 jaar ago

      Prachtig boek! Zelf ook sinds 2006 samen met partner eigenaar van een Friese klipper. Onze verhalen komen vaak overeen. Het boek lezend wordt ik opnieuw verliefd op onze eigen “Tante Dora”. Wij hebben nog wel een aantal jaren te gaan voor we haar helemaal hebben opgeknapt. Woonachtig in het Brabantse Willemstad, geboren in Oudenbosch en mijn partner uit de regio Papendrecht: Het is allemaal zo herkenbaar! Dank voor dit geschenk en wie weet, kruisen onze wegen elkaar nog eens op het water !

    6. Jan de Heer

      2 jaar ago

      Toen ik de recensie las in NRC na de publicatie was ik gelijk verkocht. Eerst nog eigenwijs gereageerd over de steile kop en dat je het wel niet goed zou hebben, maar dat werd uitgelegd door de uitgever/uitlegger. Gekregen als kerstcadeau en na Nieuwjaar begonnen met lezen.Ik heb het bijna uit en bij iedere keer dat ik lag te lezen liepen de tranen over mijn wangen van emotie. Zoveel herkenning, zo knap geschreven. Prachtig zoals je de generaties in elkaar hebt gevlochten. Zoveel overeenkomsten met mijn eigen afkomst. Ouwe Jan de Heer van 1884 uit Boven-Hardinxveld, geboren op een tjalk, met twee broers in slecht weer overboord geslagen op de Boven Merwede. Zijn broertjes verdronken. Als snotneus gaan varen op de windjammers, maar gedrost in Afrika en teruggegaan naar Nederland.In 1910 een eigen, witte Groninger zeetjalk toen hij trouwde. Acht kinderen, waarvan hij de eerste drie met vrouw ook opsloot in de roef voor hij in bar weer het IJsselmeer overstak.Mijn vader Rein, zijn oudste zoon, een schipper van de nieuwe generatie. Een Rijnschipper.tot ze op het eind van de oorlog in Berlijn door de Russen en de Geallieerden tegelijk werden gebombardeerd. Het schip ging verloren. Na de oorlog bokkeschipper op de beroemde scheepssloperijen van Hendrik Ido Ambacht. Walmens met tien kinderen geworden tot zijn veel te vroege dood in 1968. Zelf ben ik opgegroeid met de zand en grindvaart in Zwijndrecht als bijscheppertje en bakloper. Inmiddels 47 jaar politieman, waarvan 38 jaar voor de Waterpolitie.
      Corine, het is dat je in het boek af en toe even afstand neemt, omdat het een biografie is, maar je schrijft zó goed dat je erbij geweest had kunnen zijn.
      Hulde!

    PLAATS EEN REACTIE